Op bezoek

Regelmatig ga ik op bezoek bij repetities van musicalklanten. Dat is ontzettend leuk en leerzaam. Het is altijd een plezier om mensen aan het werk te zien met de muziek die ik gemaakt heb. En omdat het altijd gaat om het maken van iets creatiefs, iets moois, is de sfeer altijd positief. Daar word ik blij van.

Mijn rol bij zo’n repetitie is voornamelijk zorgen dat ik niet in de weg loop. Ik ben daar op bezoek en zit zonder veel commentaar op de tribune. Maar ik kijk goed en noteer wat mij opvalt. Die aantekeningen stuur ik dan later naar de regisseur. Niet dat ik de pretentie heb om op zijn of haar stoel te gaan zitten. Ik ben wel een, zeg maar, ervaren toeschouwer. En heel dankbaar publiek.

Ik let natuurlijk vooral op de muziek. Ook als ik die zelf gemaakt heb, hoor ik altijd wel iets dat nog beter kan. Of een suggestie voor iets nieuws: hier een buisklok erbij, daar een paukenslag. Maar ook gaat een nummer soms te snel of te langzaam, en dat is dan zonde van de capaciteiten van de zanger(es). Het is bijna nooit dat iemand helemaal niet tegen z’n rol is opgewassen; meestal zou ik iedereen wel een compliment kunnen geven over dit of dat.

Je moet ook wel weten waar de productie is qua planning. Bij de eerste repetitie kent echt nog niet iedereen z’n tekst, daar hoef je de regisseur niet op te wijzen. En dat de geluidsbalans precies goed is komt meestal pas bij de generale repetitie. (Altijd een technische repetitie inplannen!) Maar naast en achter het podium veel en hoorbaar hoesten kun je de spelers die niet on stage hoeven te zijn beter maar gelijk afleren.

Bijna altijd vallen mij dingen op die de regisseur niet ziet of hoort. Dat is logisch: er gebeurt zoveel op het podium. Een enkele keer ontdek ik een nieuwe laag in het spel, die er nog niet uitkomt. Of help ik een zanger een lastige partij anders en beter te zingen. Als de regisseur en de spelers daarin mee gaan, ben ik daar trots op. Dan heb ik het stuk toch op een iets hoger plan gebracht.