Van idee tot CD

Theatermuziek: van idee tot CD

Op het podium fluistert de acteur: “Sorry, schat…ik heb me…ik heb me al die tijd verschrikkelijk vergist…”. Dan draait hij zich abrupt om en rent het toneel af. De actrice draait zich naar het publiek, een angstige blik in de ogen. Dan klinkt, van het podium af, een schot. De actrice knijpt haar ogen dicht en vecht tegen de tranen. Er klinkt muziek – Maar wat voor muziek? Wat vraagt de regisseur precies van de componist? Hoe komt theatermuziek eigenlijk tot stand?

Stel: jij bent regisseur, en je hebt bovenstaande scène gezet. Dan stelt muziek je, als je dat wilt, in staat de sfeer te doorbreken, of te onderstrepen. Het kan natuurlijk ook stil blijven, maar voor deze discussie gaan we er even vanuit dat je muziek wilt. De muziek zal de vorige handeling scheiden van de volgende, maar er tevens een overgang naar vormen. Als de sfeer van die handeling volstrekt anders is – we gaan van de bovenstaande scène naar een trouwfeest in volle gang, bijvoorbeeld – zou ik die overgang gelijk door de muziek laten aangeven. D.w.z. na de reactie van de actrice, gelijk partymuziek erin. Dat vervreemdt, maar slechts even: het publiek merkt snel dat we op een trouwfeest beland zijn, en past z’n verwachtingen overeenkomstig aan. De vaart blijft in het stuk en geen tijd wordt verloren.

Maar stel u verder eens voor dat je besloten hebt dat er na dit moment enige tijd stil spel komt. De actrice scharrelt rond op haar zolder, ten prooi aan verwarring. Wat zijn de alternatieven? Daarvoor ga je nadenken over wat je met dit fragment uit wilt drukken. Schrijf maar wat woorden op, adjectieven. Om u te helpen:

  • Is er sprake van hoop? Was de acteur bijvoorbeeld een belager en kwam het fatale schot dus goed uit? Of wil je hopeloosheid uitdrukken?
  • Is er sprake van troost? Is er een derde personage beschikbaar die orde in de verwarring kan stichten, of wil je troosteloosheid, eenzaamheid uitdrukken? In bovengenoemd voorbeeld zouden (waarschijnlijk) hopeloosheid en troosteloosheid de sfeer onderstrepen. De andere adjectieven passen meer bij het doorbreken van de sfeer.
  • Wat is de beweging in het stuk? Snel, hoekig? Of traag, vloeiend?
  • Daar haaks op staat de kwaliteit energie. Er zijn stukken met veel energie, en stukken met weinig energie; dat is niet gerelateerd aan snelheid. Kabouter Plop is traag en heeft weinig energie. Een Griekse tragedie is traag, maar heeft veel energie. De gooi- en smijtstukken van de vroegere theatergroep Alex d’Electrique waren snel en energiek. Maar Waiting for Godot – in de enscenering zoals Beckett die opgeschreven heeft – is snel met weinig energie. (“They do not move“)
  • Kun je iets zeggen over welk intellectueel beroep je op het publiek doet? Is je stuk te waarderen door, met alle respect, elke Jan-van-de-straat, of alleen door een kleine elite met een uitzonderlijke achtergrondkennis?
  • “Licht of donker” is een ander begrip waarover je als regisseur invloed hebt. Niet alle muziek is evenwel als “licht” of “donker” te karakteriseren. Al is er veel muziek waarover de meeste mensen het eens zijn.
  • “Palet” is een andere kwaliteit: schilder je de karakters figuurlijk – en/of het decor letterlijk – met Rembrandt-tinten, of met reclameverf? Met aardetinten of neon?
  • Hoe groot is de ruimte?

Waarom deze vragen? Hoop en troost zijn begrippen waarvan je vaak uit kunt maken of het in een stuk muziek zit of niet. Natuurlijk zijn er discussies mogelijk, maar vaak zijn mensen het hierover wel eens. De beweging van het stuk komt overeen met het tempo. De energie met – letterlijk vaak – het energieniveau van de opname, het relatieve volume. Het intellectueel beroep dat muziek op mensen doet is ook wel gemakkelijk te bepalen: tussen, zeg, André Hazes enerzijds en Stockhausen anderzijds. Licht, donker, palet, de hoeveelheid ruimte die muziek in lijkt te nemen, intimiteit en dergelijke: daarover is een discussie te beginnen.

Verdere tips

Natuurlijk moet de muziek passen bij de rest van de aankleding. Op een tot in de details als 19e eeuws aangeklede zolder klinkt geen techno. Onder een betonnen brug misschien wel, maar weer niet als er in de rest van het stuk alleen strijkkwartetten geklonken hebben.

Wees voorzichtig met gezongen muziek. Het publiek is enorm gevoelig voor de eerste regels van de tekst en zal proberen met behulp daarvan uw stuk te interpreteren. Dat kan ongewenste bij-effecten hebben. Stel, jij vindt de muziek van Queen mooi. Sluit je stuk dan bij voorkeur niet af met “Bohemian Rhapsody”. Dat stuk begint met “Is this the real life? Is this just fantasy?” Zo’n vraag krijgt aan het eind van een toneelstuk een heel andere lading. Aan de andere kant: je vindt bijvoorbeeld de muziek van Tom Waits mooi en wilt een stuk afsluiten met diens In the Neighbourhood. De eerste woorden daarvan zijn “Well the eggs chase the bacon round the fryin’ pan”. Dat betekent eigenlijk niet zoveel. Deze beelden zullen je stuk waarschijnlijk niet in de weg zitten.

Als je erin slaagt muziek te vinden die op grond van bovenstaande “objectieve” criteria overeenkomt met uw stuk, zul je waarschijnlijk niet eens direct verkocht zijn. Je zult waarschijnlijk uw criteria nog eens na willen lopen en besluiten wat je belangrijk vindt of niet. In ieder geval ben je een stap verder met uw creatie. Je kunt natuurlijk altijd contact opnemen met Ardis Park Music voor advies.

  • Wil je weten wat voor ideeën wij hebben over originele muziek die een onderdeel vormt van een voorstelling, en die in nauwe samenwerking met een regisseur tot stand komt, lees dan hier.
  • Zoekt u muziek voorafgaand aan een voorstelling, in de pauze of achteraf, in de foyer, lees dan hier verder.
  • De techniek van orkestbanden wordt hier behandeld.